Feeds:
Berichten
Reacties

verhuisd???!?!? alweer??!?!?!?!?

Zie www.vijfkoffiegraag.nl!

Zo, die was boos. Hij liet de band om zijn middel niet losmaken, maar scheurde hem zelf kapot.

Musicals zijn stom en toch volgen wij thuis ieder seizoen van Op zoek naar. Wat ons trekt weet ik niet precies – de vertolkte liedjes zijn vaak niet om aan te horen. De enige musical die we allemaal erg goed vinden is Notre-Dame de Paris. Hoe blij waren we toen deze voorstelling vorig jaar eindelijk naar ons taalgebied kwam!

Wel was ik een beetje zenuwachtig voor diegene die de rol van Gringoire moest vertolken.  Omdat de Franse acteur een held is – die gebaren! Dat lachje! – dacht ik dat de Nederlandse Gringoire alleen maar kon tegenvallen. Niets bleek minder waar. Dennis ten Vergert deed het zo goed dat ik Bruno Pelletier bijna vergat. (Bijna dan, hè!)

Toen we hoorden dat Dennis meedeed aan Op zoek naar Zorro hoefden we niet langer te zoeken naar een favoriet. En wat was-ie goed! Hij kon zingen, hij kon dansen, hij kon tegen de juryleden praten (let maar op, de rest heeft daar moeite mee) en was ook een van de weinige deelnemers met kilo’s aan musicalervaring.

Musicals zijn miljoenenproducties, ik kon me niet voorstellen dat Op zoek naar geen doorgestoken kaart was. Je zou wel ziek in je hoofd zijn om de hoofdrol te geven aan een sympatieke leraar Nederlands of voor een knappe communicatiestudent. Met alle respect, het lijkt mij fysiek onmogelijk om iemand met nul ervaring direct acht keer per week een hoofdrol te laten spelen.

Misschien is het dan toch iets minder doorgestoken kaart dan ik dacht want Dennis is eruit. Wij zaten met open mond voor de teevee. Aan hun gezichten te zien waren de juryleden het met ons eens.

old at heart

In 2007 was ik zestien jaar en al te oud om de Cosmogirl serieus te nemen. Toch las ik het blad iedere maand gretig. Stiekem vond ik  het geweldig om te lezen over al die jongensblunders, verslond ik de tips om beroemd te worden en kende de Vet Heftige Verhalen uit mijn hoofd. Dat de inhoud iedere maand redelijk inwisselbaar was mocht de pret niet drukken.

Er is slechts één artikel dat me is bijgebleven. Doen voor je 20e! heette het en bestond uit twintig dingen die je gedaan moest hebben voordat je tiener-af was. Twintig, dat duurt nog heeel lang, dacht ik toen, met het idee dat mijn leven al half over was voordat ik deze leeftijd bereikt zou hebben en ik dus alles al had kunnen afstrepen.

Nu ik bijna zo oud ben moest ik weer aan het artikel denken. Met het gevoel dat 2007 eergisteren eindigde was ik er niet meer zo van overtuigd dat ik alles wel had gedaan. Er begon iets te knagen; stel nou dat ik iets gemist heb in mijn tienerleven? Was ik geestelijk wel klaar om een tigger te worden?

Het duurde niet lang tot ik de betreffende Cosmogirl had teruggevonden. Net zo gretig als in 2007 begon ik met lezen, maar ik werd al snel teleurgesteld. In plaats van de redelijk logische dingen die er in mijn herinnering instonden, vond ik enkel to do-tips waarvan ik niet voor kan stellen ze ooit gewild te hebben. “Een oppervlakkig luizenleven dat draait om friends, uitgaan, boys en kleding leiden!”, “Eet iets exotisch!”, “Experimenteer met haarverf!”, “Eet in één keer een zak snoep leeg!”.

Verbaasd dat ik als Verstandige Zestienjarige niet had ingezien hoe stompzinnig dit was ruimde in de Cosmogirl weer op. Als ik ergens de angst had gevoeld om het makkelijke tienerleven achter me te laten, was dit nu wel verdwenen. Tieners zijn stom. Blij dat ik er bijna geen meer ben.

Het achtervolgt me. Iedere keer dat de brievenbus rinkelt krijg ik klamme handen. Soms droom ik er zelfs over.

Het begon toen ik zestien was en werk kreeg bij de HEMA. Eerst leek het nog redelijk onschuldig: wat loonstrookjes die je enkel op volledigheid hoefde te controleren en iedere twaalf maanden een jaaropgave, waar je ‘later’ wat mee kon. Dat ‘later’ bleek al snel behoorlijk verraderlijk te zijn. Die jaaropgave bleef me maar aankijken vanaf de hoek van mijn bureau – opruimen deed ik toen nog niet.

Vlak voor mijn achttiende verjaardag werd het erger. Er stroomden brieven binnen waarin stond dat ik als volwassene geld kreeg de overheid en dat ik geld moest betalen aan de overheid. Ik moest dingen regelen – iets met DigiD, iets met zorgtoeslag, iets met belasting. Zonder te weten wat ik precies deed volgde ik de instructies van de brieven op. Naderhand propte ik al het papier in een map.

Twee jaar, twee banen en twee studies verder is die map overvol. Alles zit door elkaar; van bevestigingen van mijn treinabonnement tot mijn donorcodicil. De meeste brieven heb ik nooit meer nodig en ik zou die hele map dan ook het liefst wegkieperen, maar dat kan niet – de brieven verzekeren mij dat als ik dit doe ik nooit meer een baan zal kunnen krijgen, ziekenhuizen me nooit meer zullen behandelen en dat ik al mijn kansen om ooit nog één cent belastinggeld terug te zien verspeel.

Eens in de zoveel tijd krijg ik een brief waarin staat dat ik mijn gegevens aan moet passen. Ik pak de map erbij en bid dat ik de benodigde papieren niet ben kwijtgeraakt. Ik surf naar obscure overheidswebsites, bel instanties, sta uren in de wachtrij, half huilend. Als alle gegevens zijn ingevuld en alle formulieren zijn verstuurd heb ik weer geen idee wat ik zojuist heb gedaan. De papieren bouwen een luidruchtig feestje in mijn map.

l@te f0r the party~*

Voordat het nieuwe jaar zou beginnen wilde ik een blog hebben geschreven over goede voornemens. Dat is er niet van gekomen. Ik kan het wel begrijpen – voor 2011 was het nog 2010 en toen was ik nog geen supermens, toen was ik slechts een zwakke afspiegeling van wie ik nu ben.

Door mijn slappe houding van vorig jaar loop ik nu een beetje achter de feiten aan, maar goed, ik ruim de troep wel op. Dat kan ik nu. Daar wilde ik dus over schrijven: over goede voornemens. Ik vind het heerlijk om plannen te maken voor de toekomst, om te bedenken hoe ik productiever kan zijn, hoe ik mijn doelen kan bereiken en hoe ik en passant ook nog eens gelukkig moet worden. Niet dat ik nu ongelukkig ben of niets uitvoer – ik verzin gewoon graag hoe alles nog beter kan zijn, hoe ík beter kan zijn.

Nu besluit ik het hele jaar door mijn leven per direct te verbeteren, maar rond de jaarwisseling is het altijd extra leuk. Chagrijnige zielen roepen dat het nergens op slaat om je gedrag per 1 januari drastisch te veranderen, maar het is niet voor niets dat zo veel mensen de jaarwisseling als omslagpunt kiezen. Figuurlijk gezien heb je een schone lei (letterlijk helaas iets minder, ik heb een behoorlijke huiswerkachterstand uit 2010 en de stoep is heel vies). Het gevoel dat je een leeg papier hebt waarop nog niets is verpest door een gebrek aan discipline is de ultieme stimulans om het jaar mooi en brandschoon te houden. En dat kan ik – al vijf hele dagen lang.

Een gelukkig 2011 gewenst! Doe dit jaar alsjeblieft iets met je leven.

Een van de vervelendste films die ik ooit gezien heb is Sweeney Todd. Hierin snijdt een getroebleerde barbier zijn klanten al zingend de keel door om hun lichamen in pasteitjes te verwerken. Ja, zingend. Dit doet hij overigens niet alleen tijdens het snijden, nee, in deze film wordt uitsluitend op muziek geconverseerd. Zo is er ook een Nobele Jongeman die continu “I feeeeeeeeeeeeeel you Johanna!” zeurt.

Dezelfde Nobele Jongen verscheen op eerste kerstdag ineens in mijn tv toen ik rustig naar Oorlogswinter keek. Dit keer in gedaante van een Engelse Soldaat die halfdood in een donker hol ligt te wachten totdat de hoofdpersoon hem wat te eten komt brengen. Een hele verbetering, ja.

Nieuwsgierig naar van welke blockbusters ik deze jongeman (naam: Jamie Campbell Bower) nog meer had moeten kennen ging ik Google op en kwam erachter dat hij naast het acteren in Harry Potter én Twilight tussendoor ook nog eventjes in een band speelt, The Darling Buds. En ik moet zeggen, het is best een aardige band. En met ‘best aardig’ bedoel ik dat het de fijnste muziek is die ik sinds tijden heb ontdekt. En stiekem kan Nobele Jongen nog best live zingen ook.

Uit totaal niet-betrouwbare bron heb ik vernomen dat hun eerste album in februari uitkomt, en dat hoop ik dan maar van harte. Eigenlijk ben ik bang dat Jamie het iets te druk heeft met de franchise whore uit te hangen om zich behoorlijk te kunnen concentreren op de muziek. Tot die tijd zal ik het moeten doen met demo’s van zeer slechte geluidskwaliteit op youtube en hun myspace, zoals een echte fangirl betaamt. En misschien zet ik Sweeney Todd toch nog maar eens op.

“Alles goed?”
“Mijn favoriete band gaat uit elkaar!”

Okee, okee; ik lig er niet huilend wakker van en eigenlijk was het niet eens mijn favoriete band, maar een beetje verbouwereerd ben ik toch wel. The Ark, uit elkaar.
Twee jaar geleden begon ik naar ze te luisteren, ironisch genoeg een paar weken nadat ze een concert in Rotterdam hadden gegeven. Sindsdien wacht ik ongeduldig tot ze Nederland weer aandoen, maar tevergeefs. Een Greatest Hits Tour deze zomer door Scandinavië, en dat was het dan.

Eigenlijk luisterde ik de laatste maanden vrij weinig naar hun muziek. Ik vond hun liedjes wat flauw geworden, de teksten te cliché, de stem van Ola Salo ergerde me. Ik had niet meer het gevoel dat ik twee jaar geleden had, toen ik nog geen genoeg kon krijgen van hun catchy riedeltjes, me niets te camp was en ik dagenlang kon teren op een nieuw danspasje van frontman Ola Salo. De wiskundelessen bracht ik glimlachend door wanneer ik het tussenuur daarvoor naar The Ark had geluisterd.
Mijn eindexamenjaar werd een bijzonder vrolijk jaar vol glitters en veren, en daar ben ik ze nog steeds dankbaar voor.

Als ik hun concerten op internet bekijken valt het me altijd op hoeveel energie er van The Ark afstroomt, hoe gelukkig ze lijken. Hoe zelfverzekerd Ola Salo met zijn net-twee-kilo-teveel toch half ontkleed over het podium danst alsof hij een topatleet is en hoe iedereen daar in meegaat. Hun enthousiasme is minstens even aanstekelijk als hun nummers. Al twee jaar lang kan ik niet wachten totdat hier in levende lijve getuige van mag zijn.

Nog een half jaar en dan is dit over, basta. Ik ben bang dat ik mijn Lowlandskaartje maar moet verkopen en in plaats daarvan een rondreis langs alle concertpodia van Scandinavië moet maken. Dat ben ik eigenlijk wel aan hen, en aan mezelf, verplicht.